Against The Current en The Faim in de Melkweg: twee bands, één groot feest

Wie The Faim graag een keer in Nederland wilde zien, had pech. Toen bekend werd dat de Australiërs het voorprogramma van Against The Current in de Melkweg zouden verzorgen, was het concert nagenoeg al uitverkocht. Maar de gelukkigen die wél een kaartje hadden, kregen dubbel waar voor hun geld.

The Faim is voor het grote publiek nog redelijk onbekend en vers. In februari kwam namelijk pas hun eerste single uit, ‘Saints Of The Sinners’. Maar het was een spraakmakende eerste single: de band werkte ervoor (hoorbaar) samen met Pete Wentz van Fall Out Boy. Niet slecht voor een beginnend bandje.

Daarna volgden nog wat singles, met uiteindelijk een EP, ‘Summer Is A Curse’. Heel veel werk hebben ze dus nog niet om te spelen, en daarom is het voorprogramma verzorgen een uitstekende stap. Een beetje je liedjes spelen, het publiek omver spelen en ondertussen alvast fans binnen hengelen. Tegen de tijd dat je dan meer liedjes uitgebracht hebt, een hele show zelf kan vullen en daarmee dan ook op tour gaat, zit je gebakken.

Mocht dat de strategie zijn van The Faim, dan doen ze het goed. Het optreden in de Melkweg is namelijk zeker overtuigend. Zanger Josh Raven is live extreem goed, zelfs tijdens de bijzondere moves die hij tentoon stelt op het podium. Vooral heel veel in de lucht schoppen, springen en dansen, je kent het wel. Menig ander mens zou na één liedje al buiten adem zijn, maar Raven lijkt nergens last van te hebben.

Ook de bassist/toetsenist weet regelmatig de ogen naar zich toe te trekken. Hij is een expert in noten op de basgitaar heel dramatisch aanslaan, en krijgt het zelfs voor elkaar om zijn keyboard met één hand boven zijn hoofd te tillen en hem met de ander te bespelen. Een hoop vertoon dat soms helaas wat afleidt van de muziek.

The Faim vertelde in een interview al dat ze nooit hetzelfde willen klinken op een liedje. Ook live komt dat goed naar voren: de enige overeenkomst is de stem van de zanger en de schijnbaar eindeloze drang om er een enorm feest van te maken.

Against The Current gaat daar na de ombouwtijd gewoon lekker mee verder. Zangeres Chrissy Costanza mag dan niet heel groot of stevig zijn, met haar stem blaast ze iedereen omver. Ze haalt moeiteloos alle noten. Oké, er zitten hier en daar wat schoonheidsfoutjes in, maar daar zal niemand echt over vallen. Zowel het oudere werk, als het werk van de net verschenen plaat ‘Past Lives’ schittert in de live-uitvoering.

Het jammere van dit optreden is dat de muziek heel slecht afgesteld staat. Omdat de bas veel te hard staat, valt de stem van Costanza soms weg in het gitaargeweld. Ook is de uitverkochte Melkweg echt stamp-, stampvol. Daarom is het maar goed dat de band er zo’n feestje van maakt: dan valt dat vanzelf minder op.

Advertenties

Paradiso in de ban van Dermot Kennedy

Een veelgehoorde klacht over concerten tegenwoordig is dat er zoveel doorheen gepraat wordt. Je moet als artiest wel héél bijzonder en meeslepend zijn, wil je het publiek het hele concert stil houden. En dat is nou precies wat Dermot Kennedy is en moeiteloos lukt.

Vanaf de eerste noten staat Paradiso aandachtig te luisteren naar elke toon die uit de boxen klinkt. En terecht: de muziek van Kennedy zit zo ingenieus in elkaar dat elke noot die aandacht ook verdient.

Terug naar de basis

Singer-songwriters heb je in overvloed, en net als bij elk genre is het als artiest belangrijk om je eigen geluid te vinden om niet in de grote massa te verdwijnen. Door hiphopinvloeden en veel elektronische geluiden in zijn muziek te verwerken, is het Dermot Kennedy gelukt. Tegelijkertijd is hij ook niet bang om op het podium terug te gaan naar de basis: gewoon zijn gitaar en stem.

img_2318Praktisch perfect

En wát voor stem. Dat rauwe randje, de bijzondere uithalen en de emotie die hij onvermoeibaar in elke zin legt: het is niet zo gek dat de zaal compleet in de ban van de Ierse zanger is. Wanneer hij tussen de liedjes door wat zegt, is hij nederig en bescheiden. Maar zo gauw de muziek begint, verdwijnt Dermot en wordt hij zijn muziek. Een betere omschrijving is er eigenlijk niet. Veelal met zijn ogen dicht komt elk liedje er praktisch perfect uit.

Aandachtige stilte

Wanneer Kennedy het publiek bedankt voor de aanwezigheid, en uitlegt hoe belangrijk de steun van fans is, krijgt hij een lang en welverdiend applaus. Tijdens het daaropvolgende liedje mag het publiek meezingen, voor de rest verloopt het concert in aandachtige stilte. Als de zaallampen aan gaan en het einde van het concert bevestigen, kan iedereen luid pratend weer naar huis gaan. En dat gesprek kan eigenlijk maar één conclusie hebben: Dermot Kennedy is een steengoede muzikant die maar snel weer terug moet komen naar Nederland.

The Night Game reïncarneert eigenhandig de eighties

“We komen terug in 2019. Film een stukje van dit concert en zet het op dat giftige ding dat je in je broekzak draagt. Laat al je vrienden weten dat je The Night Game als eerste zag in Amsterdam. Volgende keer wil ik de zaal vol zien!!” Deze woorden van frontman Martin Johnson vatten het optreden van The Night Game in de Melkweg goed samen. Een nu al legendarisch concert, waarvan iedereen over een paar jaar wenst dat hij erbij was.

Energie en charisma

The Night Game trapt af met ‘American Nights’, de eerste single die de band in Europa uitbracht. Zonder veel tijd te verspillen aan wat interactie met het publiek, stoomt de band door de setlist heen. Sommige bands komen daar niet mee weg. Zonder een praatje tussendoor kan een concert extreem saai zijn. Bij The Night Game is verveling echter absoluut niet aan de orde. Johnson staat met zoveel energie en charisma op het podium dat hij de hele zaal om zijn vinger windt.

Wedergeboorte van de eighties

In het werk van The Night Game is goed te horen dat Johnson zich flink heeft laten inspireren door de jaren tachtig. De muziek van The Night Game is het beste van de eighties, ingenieus verwerkt in popmuziek van nu. Als de Renaissance de wedergeboorte van de klassieke oudheid was, is The Night Game de wedergeboorte van de eighties. Johnson reïncarneert dat decennium eigenhandig.

Dat verwerken van de eighties in muziek van nu mag je letterlijk opvatten trouwens: The Night Game covert R.E.M., en Johnson gooit er aan het eind van een van zijn eigen nummers schaamteloos Talking Heads doorheen. En weet je wat? Hij komt er nog mee weg ook.

img_2293Vlekkeloze uitvoering

Het is bewonderenswaardig om te zien hoe extreem goed de band samen speelt. Johnson gedraagt zich als een ietwat excentrieke frontman, daagt zijn mede-muzikanten uit, dirigeert ze af en toe zelfs, en alles gaat vlekkeloos.

Dat hij de grote ster van de avond is valt niet te ontkennen. Zijn dansjes en uithalen zorgen ervoor dat hij bijna non-stop in de letterlijke én figuurlijke spotlights staat. De vocalen worden strak neergezet en zijn afwisselend genoeg om onderscheidend te zijn ten opzichte van het studiowerk. De uitstekende uitvoering van de tracks maakt dat het hele concert een feest is om aan te horen.

De onverwachte toegift

En dat feest is veel te snel afgelopen, vindt het publiek. Als de laatste tonen van afsluiter ‘Bad Girls Don’t Cry’ weggestorven zijn, blijft de zaal roepen om meer. Iets waar de band duidelijk niet op gerekend had, dus doen ze ‘The Outfield’, die ze voor ‘Bad Girls’ speelden, nog maar een keer. Daarna is het concert écht afgelopen. Maar als belofte schuld maakt, kunnen we The Night Game volgend jaar weer in ons land verwachten.

Beter dan Don Broco wordt het niet

Twee jaar geleden maakte Nederland voor het eerst kennis met Don Broco live. Ze openden toen voor 5 Seconds Of Summer, en mochten daarna op hun eigen succes door. Ze stonden twee keer voor een uitverkochte Paradiso Noord, deden vorig jaar nog een concert in TivoliVredenburg en oh ja: ze hebben ook al op Pinkpop gestaan. Gisteravond keerden ze terug naar Amsterdam voor een optreden in de Melkweg. 

Perfect voorprogramma

Het voorprogramma vanavond is het Schotse The LaFontaines. Ze klinken alsof iemand Linkin Park en Don Broco in een blender heeft gegooid: rap wordt gecombineerd met gelikte popmelodietjes en zware basloopjes. De frontman domineert het podium en weet de hele zaal naar zijn hand te zetten. Tussen al het gedans en af en toe een wat moeizaam verstaanbaar woordje Schots door zet de band een uitstekende show neer. Als voorprogramma wordt er van je verwacht dat je het publiek opwarmt, en dat deed The LaFontaines perfect! In oktober komt de band terug voor een eigen show, en als vanavond daarvan enigszins een voorproefje was, wil je dat niet missen!

IMG_0435De setlist is de dooddoener

Dat het overgrote deel van het publiek toch echt voor de hoofdact komt, blijkt al snel aan hoe de band op het podium onthaald wordt. Het wordt meteen duidelijk: de band is gekomen voor een feestje, maar het publiek net zo goed.

De setlist is een mooie afspiegeling van de albums en een van de EP’s die Don Broco sinds 2008 uitgebracht heeft. Uiteraard komt het hele oude ‘Thug Workout’ voorbij, maar is vooral het in februari uitgekomen album ‘Technology’ goed vertegenwoordigd.
Het is broeierig warm in de zaal, en dat maakt het wat lastig om helemaal los te gaan. Helaas is ook de setlist zelf op sommige punten een dooddoener. Toen we zanger Rob vorig jaar spraken vorig jaar spraken, gaf hij al aan dat ‘Something To Drink’ zijn favoriete nummer van het nieuwe album is. Dat deze gespeeld wordt vanavond, mag dus voor niemand een verrassing zijn. Toch is dit liedje op het album al een beetje een vreemde eend in de bijt, en live valt hij ook uit de toon, waardoor de set een beetje inkakt. Ook is het erg jammer dat tracks als ‘What Do You Do To Me’, ‘Further’ en ‘I Got Sick’ schitteren door afwezigheid.

IMG_0422100%

Maar tot zo ver de minpuntjes. Don Broco is absoluut weer in topvorm vanavond. De band straalt zelfvertrouwen, plezier en vooral heel veel ervaring uit. Elk liedje wordt live naar een hoger niveau getild, door een iets andere uitvoering bijvoorbeeld, maar boven alles door de uitstekende manier van spelen van de band. Dat is vooral goed te horen bij het op zich al wonderschone ‘Nerve’, waarvan het publiek nu kan genieten in een uitvoering met prachtige, foutloze meerstemmige stukjes.
Don Broco geeft op het podium altijd 100%, maar eist net zoveel inzet van het publiek. De hitte is in de zaal dan wel nauwelijks uit te houden, dat is voor veel bezoekers geen belemmering. Er wordt gesprongen, gecrowdsurfed, mensen komen op het podium om zichzelf op te drukken en er is zelfs een soort gemeenschappelijke sit-in, waarbij er geroeid wordt. Ja, echt. Zo zie je maar weer: bij Don Broco weet je nooit wat je krijgt.

Buiten mocht het dan plenzen van de regen, donderen alsof de hemel op ons neerviel en in de Melkweg wat het ook niet bepaald aangenaam: Don Broco heeft wel (weer) bewezen het trotseren van al die moeilijkheden waard te zijn. Beter dan dit worden concerten niet.

IMG_0416

Lauv toont zich dé belofte voor het festivalseizoen

Ongeveer een jaar geleden bracht de Amerikaanse artiest Lauv een zomerhit-to-be uit: ‘I Like Me Better’. Maar de zomerhit bleef uit, en verder hoorde het grote publiek niks van hem. Als fan kon je je borst echter natmaken: de fantastische liedjes bleven komen en ondanks de weinige mainstream-aandacht groeide de fanbase genoeg voor een stijf uitverkochte Europese tour. Gisteren stond deze toekomstige grote naam in de Melkweg.

file3Zoals het bedoeld is

Wanneer de zaallichten uitgaan klinken de eerste tonen van een uitgeklede versie van ‘I Like Me Better’. Na het eerste couplet stoomt de 24-jarige Amerikaan meteen door naar ‘Paris In The Rain’. Stap voor stap werkt hij de Spotify-playlist van ‘I Met You When I Was 18’ (“a story”) af. Zo krijg je live ook echt het verhaal voor je kiezen zoals dit muzikale wonderkind het bedoeld heeft. Grotendeels dan: ‘The Other’ wordt overgeslagen en na een paar nummers speelt Lauv ‘Paranoid’, een nog niet uitgebrachte track.

Extra dimensie live

Lauv live is een beleving op zich. De studio-versies van zijn tracks zijn al catchy en dansbaar, maar live geeft hij elk liedje nog een extra dimensie. Bij de een door de drop te vergroten, bij de ander door er met gitaar een extra stem bij te spelen, bij weer een ander juist door het liedje als ingetogen pianoliedje te beginnen. Lauv is overduidelijk niet bang zich kwetsbaar op te stellen en verstopt zich niet achter de instrumenten.

file2Goed te horen

Ondanks dat Lauv nauwelijks stil staat, is hij bijna altijd loepzuiver. Wat jammer is van veel elektronische popartiesten, is dat er maar weinig live gespeeld wordt en dat ook de zang elektronisch aangevuld/ondersteund wordt. Lauv is qua zang daarop geen uitzondering, maar zijn microfoon staat goed genoeg afgesteld om zijn live-stem duidelijk te horen. Daarnaast wordt hij bijgestaan door een drummer en een toetseniste, en pakt hij regelmatig de gitaar erbij of neemt hij plaats achter de toetsen.

Jazz-settingen

Lauv heeft korte tijd jazzgitaar gestudeerd. Dat hoor je op studio-opnames niet zoveel terug, maar live komt dat ineens naar voren in de settingen van bepaalde liedjes, of de gitaarpartijen die hij er zelf overheen speelt.
fileWaar veel artiesten tegenwoordig de verleiding niet kunnen weerstaan om een cover in de setlist te proppen, heeft Lauv genoeg aan zijn eigen liedjes. Het publiek zingt vanaf de eerste seconde hard mee, maar is vooral bij de toegift van ‘I Like Me Better’ (nu de volledige versie) en zijn eerste uitgebrachte single ‘The Other’ goed te horen.

Deze zomer is Lauv onder andere te bewonderen op Lowlands. Het hele festivalseizoen is hij in Europa te bewonderen en ongetwijfeld gaat hij daar een heleboel nieuwe fans maken. Als vanavond er enigszins een voorproefje van was, kan het succes nu echt niet lang meer uitblijven.

Toto nog altijd heer en meester op het podium

De wereld bestaat uit twee soorten mensen: mensen die afkeurend beginnen te kreunen als ze de drums van Toto’s ‘Africa’ horen, en zij die losgaan. Maar Toto is zoveel meer dan die ene megahit. Dat bewijst de band momenteel tijdens hun ’40 Trips Around The Sun’-tour. Gisteravond stonden ze in een uitverkochte Ziggo Dome.

Roestig begin

Na veertig jaar liedjes schrijven en vooral touren, is het altijd maar afwachten of een band nog wel op z’n best is live. De eerste drie liedjes zijn een slechte voorbode: zanger Joseph Williams haalt de hoge noten niet en Steve Lukather is bij het prachtige ‘I Will Remember’ een deel van zijn tekst kwijt.

img_9538Elke tour een ander sausje

Maar na de eerste drie nummers slaat het om. De band is ingespeeld/-gezongen en is niet te stoppen. Een uur lang knallen ze liedjes eruit, de een nog strakker uitgevoerd dan de andere. Het maakt niet uit hoevaak je Toto ziet, elk liedje krijgt elke tour een ander sausje. Geen enkele uitvoering van bijvoorbeeld ‘Rosanna’ is ooit hetzelfde.

img_9540Verrassende setlist

Deze tour heeft de band, naast de standaard percussionist, drummer, bassist, gitarist en twee toetsenisten, ook iemand meegenomen die onder andere saxofoon, fagot en mondharmonica speelt. Een welkome aanvulling op de band waardoor ze liedjes kunnen spelen die ze lang, of zelfs misschien wel nog nooit live gespeeld hebben. De verrassende setlist bevat het wonderschone ‘Lea’, ‘English Eyes’ en zelfs het instrumentale ‘Jake To The Bone’.

Op de koffie voor goede verhalen

img_9544

Na een uur gaat het tempo omlaag. De bandleden pakken er krukjes bij en gaan de geschiedenis van Toto in. Zo vertelt toetsenist/zanger David Paich over het ontstaan van de band, en deelt Steve Porcaro met het publiek hoe hij de Michael Jackson-hit ‘Human Nature’ schreef. De band wisselt anekdotes af met een couplet en een refrein van de desbetreffende liedjes en doet het voelen alsof je op de koffie bent bij vrienden en luistert naar goede verhalen.

Veertig jaar in ruim twee uur

img_9546Het laatste deel van de set heeft ook verrassingen in zich. Zo speelt de band een stuk van de soundtrack van Dune, een film waar de band de filmmuziek voor heeft geschreven en gespeeld. Wat ook een verrassing is, is dat ‘Pamela’ helemaal niet gespeeld wordt. Maar met veertig jaar songs en slechts twee uur om je eigen geschiedenis door te lopen, moet er af en toe wel een liedje sneuvelen. Uiteraard wordt er afgesloten met ‘Africa’, die door het publiek met open armen ontvangen wordt.

De toegift is het prachtige ‘The Road Goes On’, hopelijk een belofte dat de band nog heel wat meer jaartjes zal blijven touren. Want Toto heeft het vanavond bewezen: ook na veertig jaar zijn zij nog heer en meester op het podium.

Groots maar intiem concert van Hurts in Tivoli

Hurts scoorde met ‘Wonderul Life’ en ‘Better Than Love’ twee nette hitjes in Nederland. Hoewel ze daarna voor het overgrote publiek misschien minder zichtbaar werden, zijn ze zeven jaar later nog steeds geliefd bij de fans. As er één ding is wat ze duidelijk maken bij concerten, is dat het wel.

Rommelig begin

Het optreden start moeizaam. De intro is te lang en de eerste twee of drie nummers lijkt het alsof elk bandlid voor zichzelf speelt. Het is rommelig en chaotisch en het lijkt zelfs heel even alsof het een routineklusje is geworden voor de muzikanten. Gelukkig ebt dat gevoel na de wat moeizame start weg.

Intiem concert

Hurts draait om het duo op de voorgrond: zanger Theo Hutchcraft en pianist/gitarist Adam Anderson. Zij staan beide volop in de spotlight en hoewel ze daar zeven jaar geleden nog zichtbaar aan moesten wennen, genieten ze nu van elke seconde. Vooral Hutchcraft heeft zich ontpopt in een charismatische frontman. Zijn dansjes, knipogen en de rozen die hij nonchalant het publiek ingooit zorgen ervoor dat het voelt als een intiem concert en dat hij iedereen in de zaal ziet en aandacht geeft. Het publiek reageert daar gretig op en zingt, weliswaar vooral op commando, uit volle borst mee.

Moeiteloze noten

Boven alles excelleert Hutchcraft vooral in het zingen. Zijn typerende stem sleurt je de muziek in en zorgt ervoor dat je alle emoties uit de liedjes ervaart alsof je het zelf meegemaakt hebt. Hij raakt praktisch elke noot moeiteloos, zelfs tijdens het dansen of springen.

Meerwaarde van live

Veel liedjes krijgen een net iets andere setting live dan op het album. Denk aan een ballade-achtige start van ‘Better Than Love’ bijvoorbeeld. Daardoor heeft het live zien van Hurts elke keer weer een meerwaarde, ondanks dat ze zo goed zijn dat het net zo strak klinkt als op de cd.

Na zeven jaar is Hurts gegroeid van een ingetogen, donkere band naar een meeslepende popsensatie. Elk concert worden ze net weer een stukje beter en elk nieuw album bevat weer nieuwe verrassingen. Ze krijgen in Nederland nog lang niet de hoeveelheid aandacht die ze verdienen, maar zolang ze terug blijven komen en dit niveau concerten blijven geven, valt er niks te klagen.